Contractmanagement in tijden van Corona – UAV-GC 2005

Ook in tijden van het Coronavirus delen wij graag onze expertise in contractmanagement. Op 14 april 2020 publiceerde Aratis haar visie inzake FIDIC in dit verband (klik hier om dit artikel te lezen). Nu, een paar weken verder, weten we dat de richtlijnen en maatregelen vanuit de overheid voorlopig nog van kracht zullen blijven. Hoe verhoudt de impact van deze situatie zich tot contracten waarop partijen de UAV-GC 2005 voorwaarden van toepassing hebben verklaard? Wanneer is daarbij sprake van een overmachtssituatie die de contractuele relatie onder druk zet?

Let wel, de verwijzingen hieronder betreffen de ongewijzigde UAV-GC 2005 bepalingen, specifiek overeengekomen aanpassingen bepalen mede de positie van partijen. 

UAV-GC 2005 kent geen specifiek artikel betreffende ‘Force Majeure’-situaties, zoals die zich onder een contract zouden kunnen voordoen naar aanleiding van de Coronacrisis. Wel bevat het een risicoregeling voor de impact van gebeurtenissen en omstandigheden die bij de totstandkoming van het contract onvoorzien waren [referentieartikel 44.1 sub a en c]. Of daarbij sprake is van overmacht wordt mede bepaald door de mate waarin het een partij te verwijten is dat hij in een dergelijke situatie zijn contractuele verplichtingen niet nakomt. Voor zover komt vast te staan dat dit niet zo is, zal wettelijk gezien die niet-nakoming niet aan die partij kunnen worden toegerekend.

Opdrachtnemer is in principe contractueel verplicht om het werk binnen de overeengekomen planning, prijs en kwaliteit te realiseren, alsook om in elk ander opzicht blijvend aan zijn verplichtingen op grond van de wet te voldoen.

Daarbij kunnen zich nieuwe allesbepalende onvoorziene omstandigheden voordoen, waarvan de oorzaak geheel buiten de controle van partijen en hun samenwerking ligt en die van invloed zijn op de bestaande contractuele afspraken. Ontwrichting door de Coronapandemie is een voorbeeld.

Het huidige regime van overheidsmaatregelen inzake de bestrijding van het Coronavirus kan worden gezien als wettelijke voorschriften, zoals bedoeld in UAV-GC 2005 artikel 11: indien die maatregelen van kracht werden na de dag waarop de opdrachtnemer zijn aanbieding deed en hij toen de gevolgen daarvan voor nakoming van het contract niet kon of had kunnen voorzien, dan kan hij aanspraak maken op een vergoeding voor de consequenties daarvan in tijd en kosten [referentieartikel 44.1 sub a].

Indien een opdrachtnemer zich door de Coronacrisis, inclusief op grond daarvan ingestelde overheidsmaatregelen, geconfronteerd ziet met onvoorziene omstandigheden in de zin van referentieartikel 44.1 sub c, dan is daarmee niet louter de factor ‘onvoorzien’ bepalend voor zijn positie ten aanzien van een claim voor compensatie in tijd en kosten. De ‘stappen’ die in ons desbetreffende artikel over FIDIC worden omschreven (behoudens de verwijzingen daarin naar de specifieke FIDIC artikelen) zijn ook voor het contractmanagement onder een UAV-GC 2005 regime van belang. En ook ingeval van UAV-GC 2005 verdient het aanbeveling dat partijen samen tot oplossingen komen.

Artikel 44 lid 2 e.v. werkt de gang van zaken omtrent de ontstane contractuele situatie verder uit: in de communicatie en bij de opvolging en afhandeling van hun wederzijdse verplichtingen dienen partijen daarbij vervolgens met ‘bekwame spoed’ te acteren, waarbij ook motivatie en volledigheid bij het verzoek om kostenvergoeding en/of herziening van de planning zijn vereist.

Heeft u na het lezen van dit artikel vragen of wilt u een beroep doen op de expertise van Aratis? Neem dan contact met ons op via info@aratis.nl. Onze ervaren adviseurs denken graag met u mee.